'Wat kan ik voor je doen?', dat is een vraag die Désirée Hessing-Huigens veel krijgt als er bij haar man longkanker wordt vastgesteld. Désirée: 'mensen zeggen het bij de deur, of als ze de telefoon ophangen, maar op dat moment kun je niets bedenken.' Désirée is co-auteur van het 'Wat kan ik voor je doen? Doeboek' waarin mensen die iets ingrijpends hebben meegemaakt of doormaken, taakjes kunnen noteren voor hun omgeving. En dat is niet alleen erg praktisch, maar ook gewoon erg nodig. Waarom? Dat vertelt Désirée in haar Zorgverhaal.

Désirée: 'Mijn man werd tien jaar geleden ziek, hij had uitgezaaide longkanker. Ik heb toen samen met een vriendin en mijn zus een schrift gemaakt met allerlei klusjes erin. Wij woonden op een groot terrein, dus er was ook genoeg te doen.' Dat schriftje deelt ze met iedereen die langskomt en aan haar vraagt: 'wat kan ik voor je doen?'

Hulp vragen en hulp krijgen een steeds terugkerend 'ellendeonderwerp'

Als Désirées man overlijdt, schrijft ze daar een boek over en vertelt ze erover in lezingen.  Désirée: 'Ik nam dan steeds het takenschriftje mee. Ik merkte in de pauzes van die lezingen dat dat schriftje erg gewaardeerd werd. Mensen zeiden: "wat een ontzettend goed idee!".'

Ze begint ook met vrijwilligerswerk bij een inloophuis voor mensen die geconfronteerd worden met kanker. Daar valt het haar op dat hulp vragen en hulp krijgen een steeds terugkerend 'ellendeonderwerp' is.

'Het werkt niet, mensen vragen: "wat kan ik voor je doen?", ze zeggen het bij de deur, of als ze de telefoon ophangen. Maar op dat moment kun je niets bedenken. En als er dan echt een keer iets nodig is, dan zit je aan de grond. Dan kun je niet meer. En dan klop je aan bij mensen die heel dichtbij je staan. Zo wordt je cirkel heel klein.'

Netwerk kwijtraken

Mensen die iets ingrijpend meemaken kunnen zo snel hun netwerk kwijtraken, vertelt Désirée. 'Dat komt ook omdat mensen in je omgeving, én jijzelf, de neiging hebben om te wachten tot "het" over is. En dan pakken we de draad weer op, wordt dan gedacht.'

Maar je leven verandert tijdens zo'n ingrijpende gebeurtenis. Dan kan juist die praktische steun helpen om het contact te houden, denkt Désirée. 'Als je het gras hebt gemaaid, heb je daarna een heel ander praatje met elkaar.' Bovendien, zo merkt ze op: 'soms is zo'n bezoekje ook erg ongemakkelijk. Dat iemand in je voetbalteam ineens ziek op bed ligt. Dat ben je niet gewend.'

Precies op die momenten is het doeboekje handig. 'Het geeft wat lossere, en tegelijkertijd ook diepere gesprekken. Daarmee blijf je je leven delen met elkaar. Je loopt mee met iemand. Als iemand dan weer opknapt, dan ben je meegegaan en kun je weer door. Niet waar je gebleven was, maar waar je bent.'

Het boekje

Het 'Wat kan ik voor je doen? Doeboekje' heeft Désirée geschreven met vriendin Angela. Angela is ervaringsdeskundige en weet weer veel over het runnen van een gezin met (kleine) kinderen in tijden van ingrijpende gebeurtenissen.

Het boekje is bruikbaar bij ernstige ziekte, maar ook bij rouw, bij een plotselinge scheiding, als je alleenstaand bent en je heup wordt vervangen, als je zwanger bent en steeds erg misselijk.

Het gidsje kan ook van pas komen bij mantelzorgers. Désirée: 'vaak neemt dan een van de kinderen het voortouw. Die heeft dan ook alle kennis in handen over wat er moet gebeuren. Maar de andere kinderen willen dan ook graag helpen.'

Voel je je bezwaard om hulp te vragen? Désirée ziet juist dat mensen graag iets willen doen. 'Ze gaan ook de Alpe d'Huez op. Daaruit spreekt toch ook de wens: mag ik er alsjeblieft voor je zijn?'