Naar aanleiding van de uitzending van Zorg.nu op 18 oktober 2016, over medicijnwissel, heeft zorgverzekeraar VGZ onderstaande reactie gegeven.

'VGZ is zich er terdege van bewust dat het wisselen van medicatie kan leiden tot bijwerkingen en daarom gaan we hier ook zeer zorgvuldig mee om. Tegenwoordig wijzen we voorkeursmedicatie voor een langere periode (2 jaar) aan. Daarnaast vragen we niet om substitutie van middelen die op de KNMP lijst staan. Alleen nieuwe patiënten kunnen prima starten met de goedkopere generieke middelen.

Overigens geeft de KNMP nu aan dat wisselen een probleem is, maar in de tijd voor het preferentiebeleid (voor 2008), toen apothekers het middel bepaalden, werd er veel meer gewisseld dan nu. Het lijkt erop dat bij ieder probleem dat zich voordoet rondom medicijnen het preferentiebeleid als boosdoener wordt gezien. Ondanks dat er nog veel verbeteringen mogelijk zijn, zijn de feiten dat het preferentiebeleid ervoor heeft gezorgd dat:

  • We als premiebetaler op jaarbasis tegenwoordig 100 euro minder premie betalen dankzij dit beleid;
  • Het gaat om een jaarlijkse besparing van 600 miljoen, totaal besparing loopt in de miljarden;
  • Wat apothekers niet lukten (namelijk het drukken van farmaciekosten en het stoppen van bonussen farma aan apothekers en artsen), de zorgverzekeraars wel is gelukt: ervoor zorgen dat het geld terug komt bij de patiënt en niet bij de zorgaanbieder blijft hangen.'