Naar aanleiding van de uitzendingen van Zorg.nu op 8 november 2016 en 15 november 2016, over de borstimplantaten, heeft de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) onderstaande reactie gegeven.

'Geachte redactie,

Net als vorige week gaat u in de uitzending van 15 november een item wijden aan borstimplantaten in Nederland. De aandacht voor de veiligheid van borstprothesen is een goede zaak. Vrouwen in Nederland verwachten van ons als plastisch chirurgen elke dag weer de hoogste kwaliteit van zorg bij borstreconstructies en bij borstvergrotingen. Ook plastisch chirurgen willen de best mogelijke zorg leveren en gebruiken daarom slechts prothesen die goedgekeurd zijn.

In Nederland heeft een zeer groot aantal vrouwen een borstprothese. Ik denk dat iedereen wel iemand kent in zijn of haar omgeving die prothesen heeft. Veel van deze vrouwen zijn ongerust geraakt door uw uitzending. Daarom hecht de NVPC aan geruststelling van deze groep.

Een borstimplantaat is een medisch hulpmiddel en ieder medisch hulpmiddel kent bijwerkingen. Het is dan ook zaak dat iedere patiënt zich van tevoren goed laat voorlichten over de risico's van het laten plaatsen van borstprothesen. De NVPC heeft daarom enkele jaren geleden een chirurgische bijsluiter voor borstprothesen bij borstvergrotingen gemaakt. De recent geupdate versie is gemaakt over borstprothesen in zijn algemeenheid en is online beschikbaar.

In de medische wereldliteratuur is een aantal grote wetenschappelijke onderzoeken bij grote aantallen vrouwen met borstprothesen bekend. Hierbij werd bij slechts een zeer klein deel overgevoeligheid geconstateerd voor borstprothesen, hetgeen kan leiden tot klachten.

Er is in die studies ook gekeken naar onbegrepen klachten bij borstprothesen. Men kon tot op heden in geen van deze studies een statistisch significant verband aantonen tussen het hebben van al dan niet gescheurde of lekkende siliconen borstprothesen en het hebben van deze onbegrepen klachten.

Dit betekent volgens de NVPC niet dat deze klachten niet voor kunnen komen bij vrouwen met borstprothesen, maar dat deze klachten niet vaker voorkomen bij vrouwen met prothesen in vergelijking met vrouwen zonder prothesen en dat het aantal vrouwen met deze klachten relatief zeer klein is.

De NVPC stimuleert onderzoek op dit gebied om meer duidelijkheid te krijgen voor Nederlandse vrouwen, toezichthouders en plastisch chirurgen. Dit kan in de nabije toekomst nog beter omdat sinds 2015 alle borstimplantaten en eventuele bijwerkingen en heroperaties in een nationale kwaliteitsregistratie (Dutch Breast Implant Registry, DBIR) worden vastgelegd. Een vrouw die na april 2015 een borstprothese heeft gekregen kan haar prothese hier checken.

In uw programma werd tevens aandacht gevraagd voor een Nederlandse studie naar het verhaal van een vrouw die ook in Nieuwsuur aan de orde kwam. Deze vrouw is overleden aan borstkanker en had sinds tientallen jaren borstprothesen. De auteurs gaven aan dat de borstkanker niets te maken heeft gehad met haar borstimplantaten. In deze studie werd bij onderzoek na haar overlijden in meerdere weefseltypen siliconen materiaal aangetroffen. De NVPC vindt het heel erg goed dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden dankzij deze vrouw.

Vanuit het onderzoek zijn er echter nog veel vragen die opkomen. De belangrijkste is: waren de siliconen partikels die werden aangetroffen in de andere organen verantwoordelijk voor haar klachten? Wat de NVPC betreft zou dit een startpunt moeten zijn van gedegen onderzoek waarbij een aantal vrouwen met (intacte en geruptureerde) prothesen en een aantal vrouwen zonder prothesen moeten worden onderzocht. Hierbij zal ook de groep vrouwen met prothesen verdeeld moeten worden in vrouwen met en vrouwen zonder klachten. De NVPC is van harte bereid dit soort onderzoek te stimuleren, zoals zij al sinds jaar en dag onderzoek en samenwerking op dit gebied stimuleert.

De NVPC pleit al sinds jaar en dag voor meer transparantie in de kwaliteitseisen en monitoring van medische hulpmiddelen zoals borstprothesen. Het onderzoek van de RIVM ziet de NVPC als een van de initiatieven van de IGZ op dit gebied om hier een bijdrage aan te leveren. Los van de bevindingen heeft de NVPC daarom de resultaten destijds gedeeld met instituten die zich over de hele wereld met (de veiligheid van) borstprothesen bezighouden.

Wat betreft de conclusies van het onderzoek heeft de NVPC bij navraag altijd begrepen dat de gezondheid van vrouwen met borstprothesen nooit in gevaar is geweest. De afgelopen week heeft de NVPC naar aanleiding van vragen aan de IGZ van de Inspectie vernomen dat borstimplantaten geschikt zijn en blijven voor de doeleinden waarvoor ze op de markt zijn toegelaten.

De IGZ is verantwoordelijk voor het toezicht op medische hulpmiddelen in Nederland en bepaalt of iets op de markt mag blijven of niet. De NVPC heeft naar aanleiding van de uitzending een aantal aanvullende vragen gesteld omtrent de uitslagen van het RIVM onderzoek en zal op het antwoord van de IGZ wachten. Wij verwachten in de beantwoording een zeer proactieve houding van de IGZ.

 

Voor de vele vrouwen in Nederland met borstprothesen concluderen wij dus:

- Borstprothesen in Nederland zijn geschikt voor gebruik bij borstoperaties

- Er is een, waarschijnlijk zeer kleine, groep vrouwen bij wie onbegrepen klachten bestaan

- In Nederland is een borstimplantaten register, voor wie na april 2015 een prothese heeft gekregen kan de registratie hier checken.

- Borstprothesen kennen bijwerkingen, voor meer informatie kijk hier.

- Wij hebben de IGZ om meer informatie gevraagd.

Met vriendelijke groet,

Bestuur NVPC'