Hij was 6 toen zijn ouders ontdekten dat hij niet goed kon zien. 'Het bord voor in de klas was heel wazig', vertelt de nu 8-jarige Bastiaan. Inmiddels heeft hij min vier en doet mee aan een onderzoek aan het Erasmus MC om te proberen de achteruitgang van zijn ogen te remmen. 'We willen liever dat Bastiaan op min zes eindigt, in plaats van op min tien', legt onderzoeker Jan Roelof Polling uit. 'Want we weten dat hoe erger de bijziendheid is, hoe groter de kans op slechtziendheid of blindheid op latere leeftijd.'

'Toen Bastiaan thuiskwam met het verhaal dat hij het bord niet goed kon zien, zijn we naar de huisarts gegaan. Die heeft een hele simpele test gedaan met van die ringetjes waarbij een kant open is. Van die uitslag schrok de huisarts zelf ook een beetje en hij verwees ons door naar een oogkliniek', vertelt de vader van Bastiaan. Daar kreeg Bastiaan gelijk een bril aangemeten, maar een half jaar later waren zijn ogen alweer een punt achteruit gegaan. De oogkliniek verwijst Bastiaan en zijn ouders door naar het Erasmus MC in Rotterdam.

Wat is bijziendheid?

Als je in de verte niet scherp meer kan zien ben je bijziend. Zo’n 3,5 miljoen mensen in Nederland zijn in enige mate bijziend. Bijziendheid merk je bij autorijden, fietsen en in de klas naar het bord kijken. De lichtstralen komen in het oog en worden via het hoornvlies en de pupil naar de ooglens gestuurd. Zowel het hoornvlies als de ooglens breken de lichtstralen. Daardoor komen achter de ooglens de lichtstralen samen in één punt. Bij normale ogen vallen de lichtstralen precies samen op het netvlies, achter in het oog. Hierdoor ontstaat er een helder beeld. Maar bij bijziendheid komen de lichtstralen samen voor het netvlies. Op het netvlies zelf ontstaat dan een wazig beeld. Je hebt dan een bril of lenzen nodig om toch scherp te zien. 

Daar komen ze terecht bij de myopiepoli, de afdeling die zich bezighoudt met bijziendheid. Daar vraagt orthoptist Jan Roelof Polling of ze mee willen doen aan een internationaal wetenschappelijk onderzoek dat wordt gehouden onder 500 kinderen. Gedurende vier jaar krijgen de kinderen elke dag een oogdruppel. De ene helft krijgt een placebo, de andere helft een druppel met atropine. Van atropine weten artsen dat het dopamine aanmaakt, dezelfde stof die vrijkomt bij daglicht. En van daglicht is bewezen dat het de ooggroei vertraagt. Van kinderen die veel dichtbij werk doen groeit het oog naar achter, dan blijft de oogbol niet rond, maar wordt het ei-vormig. Daardoor word je bijziend.

'Niet eindigen op min 10, maar op min 6'

De ouders van Bastiaan zijn gelijk enthousiast om mee te doen aan het onderzoek. De vader van Bastiaan weet hoe het is om slechte ogen te hebben: 'Ik heb min tien, dus ik kan al mijn hele leven niet zonder bril. Ik liep vroeger met van die jampotglazen rond, dat is tegenwoordig gelukkig wel beter. Als wij Bastiaan en andere kinderen kunnen helpen door met dit onderzoek mee te doen, dan doen we dat graag.'

De ouders van Bastiaan geven hem sinds een half jaar de druppels elke dag voor het slapengaan. In ieder oog een druppel. 'Je kan er even wat minder goed door zien, maar dat geeft niet als je slaapt', legt Polling uit. 'Wij hopen dat in de groep die de atropinedruppels krijgt, de ogen van de kinderen minder hard groeien, zodat de bijziendheid minder erg wordt. Bastiaan heeft nu min vier en we hopen dan dat het niet een punt per jaar achteruit gaat, maar misschien een halve punt. Zodat ie niet eindigt op min 10, zoals zijn vader, maar op min zes bijvoorbeeld.'

Eerste meting sinds start druppelen

De behandeling van Bastiaan aan het Erasmus MC is een wetenschappelijk onderzoek, daarom wordt het  'dubbelblind' gedaan. Dat betekent dat de ene helft van de patiënten de atropinedruppels krijgt en de andere helft een placebo. De artsen en ouders van Bastiaan weten niet wat hij krijgt, om zo onafhankelijk te kunnen bepalen of de druppels wel of niet werken. Bastiaan gebruikt de druppels nu een halfjaar. Bij die laatste meting, voordat Bastiaan de druppel ging gebruiken, was Bastiaan een vol punt achteruit gegaan.

Dokters van Morgen is bij de eerste meting sinds de start van het druppelen bij Bastiaan. Als Polling alles heeft berekend komt hij met het verlossende woord: 'Deze uitslag is best wel gunstig eigenlijk. Ik zie dat zijn oogsterkte helemaal niet veranderd is, die is precies hetzelfde als een half jaar geleden. Dus dat is heel mooi. En het oog is ook minder gegroeid dan wat ik had verwacht'.

'Een groot deel is lifestyle'

De ouders van Bastiaan zijn opgelucht, maar weten tegelijkertijd natuurlijk niet of Bastiaan daadwerkelijk de atropinedruppels krijgt of het placebo. Polling: 'Kijk, je kan druppelen. Maar als je al weet dat je kind aanleg heeft voor bijziendheid, bijvoorbeeld als de ouders bijziend zijn, dan is het ook een groot deel lifestyle. Naar buiten, naar buiten, naar buiten. Zeggen wij dan. Je kan druppelen, maar dat moet altijd in combinatie gaan met gedragsveranderingen zoals minder op een scherm en meer naar buiten gaan. Dan krijg je hoogstwaarschijnlijk het allerbeste resultaat'.