Naar aanleiding van de reactie van het RIVM op de uitzending van Zorg.nu over het HPV-vaccin, geeft Dick Bijl, arts-epidemioloog en hoofdredacteur van het geneesmiddelenbulletin, onderstaande reactie.

Reactie op uitspraken RIVM
'Voor het beoordelen van HPV-vaccins moet de balans van werkzaamheid en bijwerkingen worden opgemaakt. Het RIVM heeft op haar eigen website aangegeven dat de informatie in de uitzending van 15 november van Zorg.nu onjuiste informatie bevat. Het vaccin zou tegen tenminste 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker beschermen. Ook zouden bijwerkingen net zo zijn geanalyseerd als met geneesmiddelen het geval is, namelijk uitgebreid.

Over de werkzaamheid van het HPV-vaccins kan thans worden vastgesteld dat er geen werkzaamheid is aangetoond in het voorkomen van waar het in feite om te doen is, namelijk baarmoederhalskanker. Wel is er werkzaamheid aangetoond in het voorkomen van de voorstadia daarvan. Dat is vooral bewezen in onderzoek waarin de werkzaamheid is onderzocht in zogenoemde ideale situaties. In analysen die meer de dagelijkse praktijk vertegenwoordigen is die werkzaamheid aanzienlijk minder groot. Voor het definitieve antwoord op de vraag hoe goed HPV-vaccins baarmoederhalskanker voorkomen, moeten we nog zo’n acht jaar wachten.

De bijwerkingen van de vaccins waren over het algemeen licht van aard. Thans is er echter een serieuze verdenking op meer en ernstige bijwerkingen. Die bijwerkingen moeten adequaat worden onderzocht en er is gerede kritiek dat dit niet adequaat gebeurt. Bijwerkingen kunnen namelijk met verschillende typen onderzoek worden geanalyseerd die onderling verschillen in de sterkte van het wetenschappelijke bewijs. Het onderzoek dat door het RIVM in gang is gezet is van een lagere wetenschappelijke categorie dan het hieronder genoemde gerandomiseerde onderzoek en kan geen definitief verband aantonen tussen een vaccinatie en een bijwerking. Bovendien zijn er van dit type onderzoek al diverse onderzoeken verricht met meestal tegengestelde resultaten. Het RIVM verwijst naar gegevens van de WHO maar vermeldt niet dat diezelfde WHO een onderzoek heeft gepubliceerd waarin geheel andere conclusies worden getrokken, zoals in de uitzending ook werd gemeld (interview Rebecca Chandler). Dat onderzoek wijst wel naar een mogelijk verband tussen vaccinaties en de besproken ernstige bijwerkingen.

Hoe dan ook dienen deze bijwerkingen goed te worden uitgezocht. Er is slechts één type onderzoek waarin het verband tussen een vaccinatie en een bijwerking definitief kan worden vastgesteld, namelijk het zogenoemde gerandomiseerde onderzoek. Die onderzoeken zijn beschikbaar en in het bezit van de fabrikant en de European Medicines Agency (EMA), maar de fabrikanten beschouwen deze gegevens als bedrijfsgeheim en willen deze niet zomaar prijsgeven. In die onderzoeken zijn grote groepen meisjes onderzocht en zijn ook de bijwerkingen en klachten geregistreerd. Om een definitief antwoord te geven op de vragen over het verband tussen vaccineren en de bijwerkingen, dienen deze bijwerkingen door onafhankelijke onderzoekers te worden geanalyseerd. Het verheugende nieuws is dat onafhankelijke onderzoekers inmiddels een deel van deze onderzoeken uiteindelijk hebben gekregen en al bezig zijn deze opnieuw te analyseren. Wanneer de resultaten beschikbaar zullen zijn, is nog niet duidelijk.

Waarom moeten onafhankelijke onderzoekers deze gegevens analyseren? In het verleden is namelijk meermaals gebleken dat als onafhankelijke onderzoekers onderzoeksgegevens van fabrikanten opnieuw analyseerden zij tot totaal tegengestelde bevindingen kwamen dan de fabrikanten. Dit was onder meer het geval met het antidepressivum paroxetine (Seroxat) en de griepvirusremmers (Tamiflu).

Samengevat
kan worden vastgesteld dat met de huidige beschikbare gegevens de balans van werkzaamheid en bijwerkingen van de HPV-vaccinatie nog niet kan worden opgemaakt.
Hier kunt u het artikel over HPV-vaccins op de website van het Geneesmiddelenbulletin nalezen.'