De markt voor DNA-testen is een opkomende markt. Omzetten stijgen met meer dan tien procent. Reden voor ons om uit te zoeken wie er gebruik maken van DNA-testen en waar deze testen voor gebruikt worden. Wat blijkt: vooral in de topsport is de methode interessant. Topsporters gebruiken het om nóg meer uit hun prestaties te halen. Maar de testen zijn ook beschikbaar voor consumenten. Bedrijven beweren perfect afgestemde voedingsadviezen te geven. Hoe werkt dat?

Een beetje spuug in een buisje, opsturen en afwachten maar. Een laboratorium analyseert je DNA en enkele weken later krijg je een uitgebreid rapport met daarin allerlei gezondheidsadviezen op basis van je genen. Waar wordt naar gekeken?

SNPs

Ons DNA kan je zien als een enorm lang molecuul van maar liefst drie miljard letters. Hiermee kan je 2000 telefoonboeken vullen van 1000 pagina’s per stuk. Voor 99,9% is de letterreeks (A, C, T, G) gelijk. Maar gemiddeld variëren we per 300 letters één letter. Bij de één staat er bijvoorbeeld een T in de reeks waar bij een ander een G staat.

Deze variatie wordt een single nucleotide polymorphism (SNP, uitgesproken als ‘snip’) genoemd. In totaal zijn er ongeveer 10 miljoen variaties. Van ongeveer een miljoen weten wetenschappers waarvoor de variaties staan. Dit kan bijvoorbeeld een verhoogde kans op Alzheimer of obesitas zijn.

Bedrijven kijken naar deze SNPs en geven op basis hiervan gezondheidsadviezen. Het verschilt per bedrijf naar welke SNPs gekeken wordt.

Explosief, cafeïneafbraak & het obesitas-gen

De Zwolse volleyballer Tobias Edskes deed een DNA-test bij Analyse Me, het bedrijf van een vriend van hem. Hij kwam er onder andere achter dat hij een aanleg heeft voor explosieve sporten, cafeïne slecht afbreekt en risico loopt op obesitas. Het leverde hem meer inzicht op in welke voeding zijn lichaam gericht nodig heeft en welke gezondheidsrisico’s hij loopt. 'Elke kleine procent helpt mij om steeds beter te worden. Daarmee help ik het team', zegt hij.

Olympiërs

Dirk Zoutewelle is performance coach en begeleidt al een aantal jaren verschillende topsporters, waaronder de olympiërs Jan Blokhuijsen & Govert Viergever.

Schaatser Blokhuijsen won tegen de verwachtingen in de zilveren medaille op de vijf kilometer tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji in 2014. Volgens Zoutewelle is dit te danken aan de DNA-test die Blokhuijsen deed tijdens de voorbereiding. 'Met de informatie die wij kregen uit de test hebben we de aanloop zo kunnen bijsturen dat we tot een optimaal herstel konden komen,' vertelt Zoutewelle.

Ook Olympisch roeier Govert Viergever heeft meer inzicht gekregen in de werking van zijn lichaam. Zijn voedingssupplementeninname heeft hij hierop aangepast en hij let beter op zijn ‘gewone’ voedingspatroon. Hoe heeft dit hem beïnvloed?

KNVB: 'Bewijs te dun'

Naast individuele Olympiërs heeft de top 3 van de Eredivisie ook ervaring met DNA-tests. Feyenoord heeft de methode toegevoegd om spelers fysiek sterker te maken, PSV heeft een pilot gedaan en bij Ajax is het uitvoerig besproken.

De KNVB laat echter weten dat het wetenschappelijke bewijs te dun is om tot individuele adviezen te komen voor spelers. NOC*NSF zegt dat er op het moment geen bewijs is dat het loont om op basis van DNA-onderzoek voeding- of trainingsschema’s aan te passen. Lees de volledige reacties hier.

Wetenschappers hebben kritiek op de bedrijven die de tests uitvoeren:

  • Bedrijven lopen vooruit op de wetenschappelijke onderbouwing. Niet alle snips zijn bekend. En dus kan niet alles worden meegenomen.
  • Bedrijven kiezen ieder een eigen aantal snips waarnaar gekeken wordt bij het bepalen van risico’s op bepaalde gezondheidsaandoeningen of het bepalen van een behoefte aan bepaalde voeding. Dit leidt tot verschillende uitkomsten.
  • Aanbieders beweren stellig dat van een groot aantal snips bekend is wat ze doen. Dit is niet zo. De onderzochte snips zijn geassocieerd met een ziekte. Maar vaak spreken onderzoeken elkaar tegen of ontdekken wetenschappers nieuwe associaties voor snips die al in verband waren gebracht met andere ziektes.  
  • Mensen kunnen vanuit hun genen een grote behoefte hebben aan bijvoorbeeld vitamine D. Maar doordat zij door hun leefstijl genoeg vitamine D binnenkrijgen, betekent dit niet dat zij een vitamine D tekort hebben. Als je dus niet kijkt naar wat je binnenkrijgt, ontstaat er een kans op overdosering.

Maar volgens aanbieders is dit juist de tijd om te beginnen. De analyses worden elke dag beter, zeggen ze.