Onderzoekers van het UMC Utrecht en het Hubrecht Instituut zijn er als eerste in de wereld in geslaagd om een biobank met levend borstkankerweefsel op te zetten. De medicijnen voor de behandeling van borstkanker kunnen hierdoor eerst worden getest op het weefsel in de biobank. Daardoor kan de patiënt een tumor-specifieke behandeling krijgen.

Er zijn ruim twintig verschillende vormen van borstkanker, waarvan ook weer honderden genetische variaties bestaan. Uit DNA onderzoek blijkt dat al die DNA-profielen invloed hebben op de ontwikkeling en eigenschappen van de tumor. De huidige behandelingen hebben vaak bij een beperkt deel van de patiënten effect. Door de behandelingen eerst in het lab op de kweektumor te testen, krijgt de patiënt een behandeling op maat.

Behandeling kiezen op basis van DNA

De biobank bestaat nu al uit tumorcellen met meer dan honderd verschillende DNA-profielen. De cellen zijn opgekweekt uit operatief verwijderde tumorcellen. Ze zijn onderzocht op weefseltype en DNA. Ook bedachten de onderzoekers een manier om de lichaamsomgeving van de tumor in het laboratorium te simuleren. Daarnaast voorspelden ze op basis van het DNA, welke medicijnen aan konden slaan. Deze strategie bleek te werken.

'DNA wordt steeds vaker het startpunt voor behandeling'

Joep de Ligt, bio-informaticus en geneticaonderzoeker bij het UMC Utrecht legt uit waarom deze studie zo belangrijk is in de strijd tegen borstkanker. 'Deze studie laat zien dat patronen in het DNA een belangrijke rol kunnen spelen bij het bepalen van de juiste medicatie voor een tumor. Het DNA zal zodoende steeds vaker het startpunt voor behandelingen zijn.'

Borstkanker in cijfers

Borstkanker is de meest voorkomende kankersoort bij vrouwen: ruim een vijfde van alle kankers. Wereldwijd treft de ziekte jaarlijks 1 miljoen vrouwen. Voor vrouwen tussen de 30 en 59 jaar is borstkanker de meest voorkomende doodsoorzaak.

Bron: UMC Utrecht