Bij supermicrochirurgie worden operaties uitgevoerd met hele fijne, kleine handelingen. Minimale trillingen van de hand maken dat dat soort ingrepen maar voor een kleine groep chirurgen is weggelegd. Het Maastricht UMC+ heeft nu een pilotstudie gedaan waarbij robots worden ingezet om die kleine handelingen uit te voeren. En de eerste resultaten zijn veelbelovend, zo meldt het universitaire ziekenhuis. Het is een volgende stap in de ontwikkeling van operatierobots.

Tom van Mulken is plastisch chirurg en is al twaalf jaar bezig om te kijken hoe robots ingezet kunnen worden bij microchirurgie. Het Maastricht UMC+ is samen met de Technische Universiteit Eindhoven het bedrijf 'Microsure' begonnen, dat zich volledig richt op de ontwikkeling van operatierobots.

'We vergroten onze ogen met microscopen, er moet nu ook iets komen voor onze handen'

'We opereren nu sinds de jaren zestig met microscopen, zo is het vak "microchirurgie" ontstaan', vertelt Van Mulken. 'We vergroten onze ogen gemakkelijk twintig keer, maar we opereren nog steeds met onze handen. Als je je ogen zoveel moet vergroten, dan moet je eigenlijk ook iets gebruiken om je handen meer precisie te geven en stabieler te maken', legt hij uit.

De robot opereert mét de chirurg, aldus Van Mulken. Het apparaat 'vertaalt' de handeling van de chirurg. Zo filtert de machine de kleine trillingen van de hand eruit. Bovendien kan die bewegingen van de arts vergoot of verkleind nabootsen.

Ingezet bij behandeling van lymfoedeem

Een voorbeeld van een operatie waarbij veel kleine handelingen worden gedaan is een ingreep om lymfoedeem in de armen te verminderen. Lymfoedeem kan ontstaan na borstbehandeling, en kan ervoor zorgen dat vrouwen levenslang armkousen moeten dragen. Soms is een behandeling mogelijk. Bij die ingreep worden lymfevaatjes gekoppeld aan zeer kleine bloedvaatjes om zo het overtollige lymfevocht af te voeren.

In vergelijking tot andere ingrepen van de microchirurgie is de lymfoedeembehandeling de ingreep waarbij de kleinste handelingen worden gedaan. Het ziekenhuis heeft bewust voor die operatie gekozen om de robot goed te kunnen testen. Een voordeel aan die ingreep is ook dat die minder risicovol is. Het gaat om bloedvaten in de armen, en niet om vaten in de buurt van belangrijke organen.

In de toekomst bruikbaar voor meerdere disciplines?

Het Maastricht UMC+ test de robot verder. De groep patiënten wordt groter, en wordt ook vergeleken met patiënten die een 'gewone' ingreep hebben gehad, zodat een mogelijk verschil duidelijker wordt, aldus Van Mulken. Hij hoopt met de robot ook mensen te kunnen helpen die door een trauma een vinger zijn kwijtgeraakt. Die vinger, of delen ervan, kunnen mogelijk met behulp van het apparaat weer worden 'aangesloten' op zenuwen en bloedvaten.

Van Mulken hoopt dat uiteindelijk meerdere disciplines in het ziekenhuis gebruik kunnen maken van de technologie. Ook neurochirurgen en oogartsen doen ingrepen met precisiewerk, en daar zou de robot ook een uitkomst voor kunnen zijn. 

Foto: Maastricht UMC+