Uit nieuw onderzoek blijkt dat meer meisjes in Nederland het risico lopen besneden te worden. Het gaat de komende twintig jaar om in totaal 4190 meisjes. Ook het aantal vrouwen hier dat al is besneden is groter dan gedacht, namelijk bijna 41.000.

Dat blijkt uit onderzoek naar vrouwelijke genitale verminking door kenniscentrum Pharos en het Erasmus Medisch Centrum, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Ongeveer 82 procent van de besneden vrouwen komt uit Somalië, Egypte, Ethiopië, Eritrea, Soedan en Irak.

Lees ook: Inspectie gaat in gesprek met niet-artsen die besnijdenissen uitvoeren

Een onderzoek in 2013 leverde lagere cijfers op. Dat kwam uit op circa 30.000 besneden vrouwen en per jaar 40 tot 50 meisjes die het risico liepen om besneden te worden. Volgens het ministerie zijn beide onderzoeken echter niet te vergelijken, omdat het onderzoek sindsdien is verbeterd.

Alle vormen van vrouwelijke genitale verminking zijn verboden in ons land. Er is een zerotolerancebeleid ten aanzien van vrouwelijke genitale verminking. Volgens het onderzoek wordt het risico op een besnijdenis 'reëel' als een meisje een bezoek brengt aan het land van herkomst.

Aanvullende maatregelen 

'Deze uitkomsten onderstrepen het belang van een stevige gezamenlijke aanpak van VGV', aldus minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid). Het beleid is vooral gericht op het voorkomen van besnijdenis. De Jonge komt later dit jaar met aanvullende maatregelen.

Wereldwijd hebben 200 miljoen vrouwen een besnijdenis ondergaan. VN-kinderorganisatie UNICEF meldde in 2016 dat vrouwenbesnijdenis in steeds meer landen en gemeenschappen wordt afgekeurd of zelfs wettelijk verboden. Besnijdenis kan lichamelijke, psychische en seksuele problemen veroorzaken.

Bron: ANP