Psychiatrie-hoogleraar Jim van Os (UMC Utrecht) ontdekte: genen spelen geen grote rol bij het ontstaan van psychische klachten. Vooral omgevingsfactoren en sociale omstandigheden zijn van belang. Is dat nu goed nieuws, of niet? Dokters van Morgen spreekt met Van Os.

Lees meer over het onderzoek in dit artikel.

Ja, het onderzoek is volgens Van Os goed nieuws. Voor mensen die te maken hebben met psychische klachten, en ook omdat het laat zien dat er ruimte is voor preventie. 'Genen kun je niet veranderen, maar de omgeving wel. Je kunt ook trainen hoe je de omgeving op je in laat werken. Dat betekent dat je allerlei trainings- en preventiemogelijkheden hebt'.

Hoe pak je preventie dan aan?

Van Os: 'In de cardiologie en oncologie zijn ze er al heel lang mee bezig: risicoreductie en preventie. Gek genoeg is dat in de psychiatrie nauwelijks aan de orde. Als je weet dat omgevingsfactoren invloed kunnen hebben, dan moet je mensen weerbaar maken'.

Kinderen zouden op school minder het beeld moeten krijgen van individueel succes, en er moet meer aandacht komen voor verbondenheid en weerbaarheid. Van Os ziet dat we leven in een samenleving die uitstraalt dat succes een keuze is. Dat geeft een enorme druk. Blijft het succes uit, dan zien veel mensen dat als falen. En dat is een veelvoorkomende oorzaak van psychisch lijden.

Wat betekent het onderzoek voor behandeling van mensen met psychische klachten?

Van Os spreekt nadrukkelijk over 'psychisch lijden', en niet over 'angst', 'depressie', 'psychose' of 'posttraumatische stress'. 'De natuur stoort zich niet aan onze classificaties. We maken er verschillende hokjes van, maar die hokjes passen niet op mensen. Patiënten zijn veel individueler dan de richtlijnen doen vermoeden, en behandelaars moeten zich niet laten misleiden door groepsbevindingen uit de wetenschap'.

Het werkt volgens Van Os dan ook niet om een behandeling te koppelen aan een diagnose. 'Wat wel blijkt? Psychotherapie werkt. Schematherapie, cognitieve gedragstherapie: het werkt allemaal. Mensen moeten naar verandering toe, met welke therapie dan ook. Wat psychotherapie effectief maakt is dat iemand ervoor gaat. Dat betekent voor de behandelaar dat die rekening moet houden met de voorkeuren en doelen van zijn patiënt. En dat hij investeert in een goede relatie'.

Waar kan vervolgonderzoek zich op richten?

Volgens Van Os is er nog een heleboel verder om te bestuderen. Zo is de onderzoeker bijvoorbeeld benieuwd wat er gebeurt als iemand vroeg getraumatiseerd is geraakt. Is hij dan extra gevoelig voor latere omgevingsinvloeden? 'Dat zouden we graag willen vaststellen, zodat we misschien vroeger kunnen ingrijpen'.