Er is onvoldoende inzicht in de omvang van online seksueel geweld, zoals ongewenste sexting, wraakporno, sextortion en grooming. De instanties die zich met het fenomeen bezighouden gebruiken verschillende vormen van registratie, waardoor er geen overzicht is. Dat constateert het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in een rapport dat in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid en Justitie en Veiligheid is gemaakt.

Ongewenste sexting is het online delen van seksueel getinte foto's. Wraakporno is het uit boosheid delen van dergelijke foto's op bijvoorbeeld social media. Met sextortion worden seksuele gunsten afgedwongen. Grooming is het online verleiden van een minderjarig slachtoffer om later seksueel misbruik te plegen.

Slachtoffers van seksueel geweld

Mensen die slachtoffer worden van online seksueel geweld kunnen daar net zoveel psychische en lichamelijke schade door ondervinden als door fysiek seksueel geweld. De slachtoffers zijn vaak al kwetsbaar, bijvoorbeeld omdat ze verwaarlozing of mishandeling hebben meegemaakt of een verstandelijke beperking hebben. Vrouwen zijn vaker slachtoffer van seksuele sextortion, terwijl mannen juist met naaktfoto's voor geld worden afgeperst.

Wat moet er gebeuren volgens de NSCR?

Volgens de NSCR moeten de betrokken instanties eenduidiger en beter registreren welke vormen van online seksueel misbruik er gemeld worden. Daarnaast moet er systematisch worden onderzocht welke daders en slachtoffers bij het online seksueel geweld zijn betrokken en moeten de instanties beter samenwerken. Dat zou uiteindelijk moeten leiden tot een gezamenlijke aanpak waarbij ook sprake is van preventie en voorlichting.

Bron: ANP