Omgevingsfactoren, zoals sociale frustratie en jeugdtrauma's, vergroten de kans op ernstig psychisch lijden. Lang bestond het idee dat genetische varianten een grote voorspeller waren voor bijvoorbeeld schizofrenie, autisme of depressie, maar uit onderzoek van psychiatrie-hoogleraar Jim van Os (UMC Utrecht) blijkt dat genen juist een hele kleine rol spelen.

Van Os volgde tien jaar lang een grote groep 'gewone' Nederlanders, en bracht van hen ook de genen in kaart. De deelnemers werden in de loop der jaren meerdere keren bevraagd, onder meer over hun familie, wat ze meemaakten, opleidingsniveau, gezondheid, relaties, drugsgebruik, werkloosheid en inkomen.

Oorzaak psychische problemen te herleiden?

Zo'n twintig procent ontwikkelde in de loop van het onderzoek significant psychisch lijden. Op basis van alle informatie die was verzameld, bekeken de onderzoekers of ze de oorzaak konden herleiden.

Voor ongeveer twintig procent lukte dat. Drie procent daarvan was terug te voeren naar genetische variatie, en cannabisgebruik bleek ook een geringe impact te hebben. De twee grootste oorzaken volgens Van Os en zijn onderzoeksteam: jeugdtrauma's (dertig procent) en sociale frustratie (twintig procent).

Met sociale frustratie bedoelen de onderzoekers dat er een groot verschil zit tussen de gewenste en ervaren sociale status. Dat psychisch lijden in bepaalde families vaker voorkomt kan volgens Van Os ook verklaard worden zonder genetica: 'familieleden leven nu eenmaal vaker in vergelijkbare omstandigheden'.

Dokters van Morgen sprak met Van Os over zijn bevindingen. Lees meer in dit artikel.