Dankzij een nieuwe techniek kunnen vaatchirurgen in een kwartier een vaattoegang maken bij dialysepatiënten, zonder dat daar een operatie aan te pas komt. Artsen in het Hart+Vaatcentrum van het Maastricht UMC+ hebben deze methode onlangs voor het eerst in Nederland toegepast. Naar verwachting komt ongeveer een kwart van de patiënten voor deze nieuwe techniek in aanmerking.

De functie van een kunstmatige vaattoegang, ook wel een shunt genoemd, is dat de bloedsomloop van de patiënt regelmatig kan worden aangesloten op de dialyseapparatuur. Een patiënt wordt gemiddeld drie tot vier keer per week gedialyseerd.

Het maken van een shunt gebeurt in een operatie van ongeveer een uur. Hierbij wordt de arm opengemaakt en wordt een slagader verbonden met een ader. In veel gevallen moet deze ingreep na enige tijd weer herhaald worden. Voor de nieuwe techniek is geen operatie nodig voor het maken van de toegang. Via een ‘echogeleid systeem’ kan in tien á vijftien minuten middels een buisje in de arm de koppeling tussen ader en slagader gemaakt worden.

Warmte-energie

De vaatchirurg speurt eerst de slagader en ader op via echo. Vervolgens kan hij precies op de juiste plek de arm aanprikken, door beide vaten heen. Via een katheterisatie en met gebruikmaking van warmte-energie worden de bloedvaten dan aan elkaar gehecht.

‘Voor patiënten is dit een minder belastende methode dan een chirurgische ingreep’, zegt vaatchirurg dr. Maarten Snoeijs, die techniek voor het eerst in Nederland toepaste, op de site van het Maastricht UMC+ .

Bron: Maastricht UMC+