Volgens de laatste inschatting van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) besmet een coronapatiënt in Nederland nog altijd gemiddeld één ander persoon met het virus. Het 'meest aannemelijke' reproductiegetal schommelde eind mei rond de 1: even kwam het iets boven de 1 uit, daarna weer iets eronder.

De inschatting geldt tot 21 mei. Over de periode daarna doet het RIVM geen uitspraak, omdat de betrouwbaarheid van de cijfers simpelweg te klein is. Het aantal ziekenhuisopnames is bepalend voor het reproductiegetal, maar opnames worden vaak pas dagen later geregistreerd door de GGD.

Waarom is R0 belangrijk?

Het reproductiegetal, ook wel de R0 genoemd, is belangrijk omdat het aangeeft hoe snel het virus zich verspreidt. Als het cijfer precies 1 is, besmet iedere patiënt één andere persoon en blijft het aantal coronagevallen dus stabiel. Onder de 1 dooft de epidemie langzaam uit, boven de 1 neemt het aantal zieke mensen toe. Het RIVM rapporteert erover op dinsdagen.

Toen het virus uitbrak in Nederland, besmetten patiënten gemiddeld tussen de twee en drie anderen. Daardoor liep het aantal patiënten snel op, met alle gevolgen van dien.

Het RIVM schat ook grof in hoeveel mensen in de periode van 15 tot en met 29 mei besmettelijk waren voor anderen. Dat waren er volgens het instituut tussen de 1.190 en de 2.291.

Bron: ANP