Boezemfibrilleren is een veelvoorkomende hartritmestoornis. Patiënten hebben vaak ook last van andere zaken zoals een hoge bloeddruk, suikerziekte of COPD. Reden voor arts-onderzoeker en huisarts in opleiding Carline van den Dries om te bekijken wat het oplevert als de zorg voor patiënten met boezemfibrilleren integraal geregeld wordt.

Van den Dries bekeek of die aanpak leidde tot minder sterfte onder patiënten: 'We hoopten dat er niet meer sterfte zou zijn. Wat we vonden is dat er zelfs 45 procent minder mensen waren gestorven.'

Wat is boezemfibrilleren?

Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis die vooral voorkomt bij oudere patiënten. Bij boezemfibrilleren is de hartslag onregelmatig en meestal te hoog.

De integrale zorg bestond uit drie onderdelen. De patiënten kregen in de eerste plaats elk kwartaal een algemene controle in de huisartsenpraktijk. Ook voor het tweede onderdeel - bloedverdunningscontroles - gingen patiënten naar de huisartsenpraktijk. Die checks vonden eerder plaats bij de trombosedienst. Het voordeel van een controle bij de huisarts is dat de patiënten zorg dichterbij huis krijgen, en dat ze steeds dezelfde persoon zien, en zo een aanspreekpunt hebben.

Bij het laatste onderdeel was er aandacht voor een nauwe samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg. Zo hielden huisartsen en praktijkondersteuners goed contact met de trombosedienst en met cardiologen.

45 procent minder mensen gestorven

Van den Dries analyseerde na twee jaar deze aanpak de data. 'De studie was bedoeld om te kijken of integrale zorg veilig plaats kon vinden in de huisartsenpraktijk. We hoopten dat er niet meer sterfte zou zijn. Wat we vonden is dat er zelfs 45 procent minder mensen waren gestorven.'

Waarom is ervoor gekozen om dit onderzoek toe te passen bij mensen met boezemfibrilleren? Van den Dries legt uit: 'We weten dat boezemfibrilleren een soort rode vlag is, een indicatie van: er is blijkbaar iets aan de hand in het lichaam. En die patiënt moeten we dus in de gaten houden.'

'Onderliggende zaken aanpakken'

Volgens Van den Dries krijg je boezemfibrilleren beter onder controle als je die onderliggende zaken beter aanpakt. 'Door alle samenhang tussen die onderdelen is de gedachte dat je zowel op cardiaal gebied, maar ook op niet-cardiaal gebied vooruitgang kunt boeken.'

Van den Dries zou voor eventueel vervolgonderzoek graag kijken welke patiëntgroepen het meeste baat hebben gehad bij de nieuwe aanpak. 'Bij welke patiënten is de meeste winst te behalen? Zijn dat oudere patiënten, of mensen die ook hartfalen hebben?'