Pleegzorg Nederland rapporteert over vorig jaar een bescheiden daling wat betreft de instroom van nieuwe pleegouders ten opzichte van 2017. Vorig jaar hebben ruim 16.000 pleeggezinnen zich ingezet voor de opvang van bijna 23.000 pleegkinderen. Ook zijn er 2.566 nieuwe pleeggezinnen ingeschreven. Dat is drie procent minder dan het jaar daarvoor.

Opvallend is dat aanzienlijk minder mensen vorig jaar informatie hebben opgevraagd over pleegzorg dan het jaar ervoor. Dat is voor Pleegzorg Nederland voldoende aanleiding om te werken aan een nieuwe campagne. De instroom van nieuwe pleegouders blijft overigens nog wel hoger dan de uitstroom.

Moeilijk om perfecte match te vinden

In 2018 hebben 22.741 jeugdigen voor korte of langere tijd bij pleegouders gewoond. Op 31 december 2018 woonden 18.486 jeugdigen bij pleegouders. Dat is een lichte toename in vergelijking met 2017.

Esther Overweter, bestuurslid pleegzorg van Jeugdzorg Nederland, signaleert dat het tekort aan pleegouders succesvolle plaatsing bemoeilijkt: 'We gunnen het elk kind om zo thuis mogelijk op te groeien. Maar als dat bij de eigen ouders niet lukt, dan het liefst bij pleegouders. Voor een succesvolle plaatsing is een zorgvuldige matching tussen pleegkind en pleegouders belangrijk. Door een tekort aan pleegouders is de gewenste match niet altijd mogelijk.'

Werven verloopt al langer moeizaam

Het is al langer bekend dat het werven van pleeggezinnen moeizaam verloopt. Over 2017 signaleerde Jeugdzorg Nederland na het lanceren van een wervingscampagne weliswaar een behoorlijke plus in de aanmeldingen, een jaar ervoor sprak men juist van een dramatische daling van vijftien procent.

Volgens EenVandaag gebeurt het vaak dat pleegouders na korte tijd weer stoppen. Een veel gehoorde reden is ze zich onvoldoende serieus genomen voelen door de gezinsvoogden van Jeugdzorg Nederland zelf. Een andere reden om te stoppen is dat men ervaart onvoldoende ondersteuning te krijgen. EenVandaag maakte in 2017 een korte reportage over Jeugdzorg waarin onder meer toenmalig bestuurslid Annet van Zon aan het woord komt.

Bron: ANP / EenVandaag