Hbo- en wo-opleidingen doen vaak nog onvoldoende om studenten met een beperking, aandoening of ziekte te begeleiden. Bij drie hogescholen in de Randstad zijn studenten met een beperking het vaakst op zichzelf aangewezen.

Studenten met een beperking die een opleiding volgen op de Hogeschool van Amsterdam, Utrecht of Inholland geven die instellingen een cijfer lager dan een 6. Het Centrum Hoger Onderwijs publiceerde vandaag een rapport dat die opleidingen vergelijkt. De uitkomst is gebaseerd op antwoorden in de Nationale Studenten Enquête 2017, een grootschalig onderzoek waarin jaarlijks bijna alle studenten in het hoger onderwijs worden ondervraagd.

Kleine scholen scoren

De universiteiten van Amsterdam (Uva) en Rotterdam (Erasmus) kregen een magere zes. De studenten aan kleine hogescholen zijn het positiefst over hun ondersteuning. Particuliere opleider TIO (Amsterdam), orthodox-gereformeerde hogescholen Viaa (Zwolle) en Driestar uit Gouda scoren rond de 7,5. Ook de Universiteit van Wageningen kreeg dat cijfer.

Waardering stijgt

Aanpassingen aan gebouwen, digitale toegankelijkheid en begrip van medestudenten kan op steeds meer waardering rekenen. Wel schiet vaak de begeleiding nog tekort.'Docenten tonen we redelijk begrip, maar missen vaak kennis van zaken', is de conclusie.

Kritisch

Studenten met psychische aandoeningen zoals depressies of burn-outs zijn het meest kritisch over hun onderwijsinstelling. Die ontevredenheid is vrijwel gelijk aan studenten die lijden aan een chronische ziekte zoals reuma of hartafwijkingen.

Het percentage studenten met een beperking dat zich meldt, is groeiende. Het gaat inmiddels om 39.000 voltijdstudenten, een op de zeven.

Bron: Trouw