65 procent van de mensen die voor de coronacrisis al kampten met psychische klachten, zegt dat die klachten zijn toegenomen. Dat meldt MIND,  de koepel van cliënten- en familieorganisaties in de ggz.

Hetzelfde onderzoek deed MIND eind maart, toen gaf de helft aan meer klachten te hebben. Volgens de organisatie is ook de aard van de klachten veranderd: eerder werden vooral angst en paniek gemeld, nu is dat stress en spanning.

Verschuiving bij meer mensen

Volgens een woordvoerder van MIND is dat een verschuiving die bij alle Nederlanders wel te zien is. 'Eerst was er paniek over het virus zelf, en de angst om besmet te raken. Nu is er een andere situatie, en is er bijvoorbeeld stress over de toekomst: wat gaat wel en niet door?' 

'En dat komt bij deze groep harder aan', legt MIND uit. 'We zien ook dat mensen die summiere zorg krijgen, en mensen bij wie de zorg helemaal is weggevallen, extra hard geraakt worden'. Een andere groep ziet volgens de woordvoerder de klachten juist afnemen, en dat zijn dan bijvoorbeeld mensen die baat hebben bij minder prikkels. Een op de drie ondervraagden vindt dat er niet voldoende alternatieven zijn voor het wegvallen van de zorg. Hulpverlening in de buitenlucht vinden veel cliënten wel een verbetering. 

Inspraak in behandelvorm

Bij de overgang naar een andere manier van hulpverlenen kreeg de helft van de clienten inspraak in de vorm van de behandeling. MIND vindt dat er op dit moment nog te weinig aandacht is voor dat shared decision making, terwijl dat van groot belang is op de tevredenheid van cliënten over de hulpverlening

MIND roept op tot overleg tussen hulpverlener en cliënt over de vorm van de behandeling. Volgens de organisatie moet er niet automatisch worden gekozen voor eHealth of beeldbellen. 'Dit mag in geen geval de norm worden, ook omdat het effect van beeldbellen op de behandeling nog onbekend is.'

Cliënten die ontevreden zijn over de behandelvorm, kunnen dat in eerste instantie aangeven bij de behandelaar. Komen zij er dan niet uit, dan is er ook een nationaal zorgnummer waar zij terecht kunnen. 

MIND deed het onderzoek voor het eerst op 23 maart. De vragenlijst werd ingevuld door 4000 deelnemers. Op 21 april werd die vragenlijst opnieuw uitgezet. Tot 9 mei reageerden 1162 respondenten waarvan 89 procent zelf cliënt is, 10 procent familieleden/naasten en 1 procent overig.

Oproep Blokhuis

Zorgverleners in de ggz moeten hun patiënten als dat veilig kan weer zoveel mogelijk face to face behandelen, vindt staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid). Hij roept ze daartoe op. 

Blokhuis denkt 'dat het beter kan en moet om cliënten snel weer de hulp te bieden die ze nodig hebben'. Hij wijst erop dat de coronaregels die de ggz zelf heeft opgesteld ruimte biedt voor behandelingen in groepen en face to face. Dat gebeurt sinds twee weken al weer meer, stelt hij. Sommige patiënten gedijen wel goed bij beeldbellen, erkent de staatssecretaris. Maar een deel vindt dat moeilijk of onwenselijk.