Een meerderheid van het Europees Parlement wil dat er in 2021 een einde komt aan het halfjaarlijkse verzetten van de klok. De EU-lidstaten kunnen zelf bepalen of zij daarna permanent op zomer- of wintertijd overschakelen, maar het parlement heeft een uitstelclausule aangenomen om te voorkomen dat een lappendeken aan verschillende tijden ontstaat.

Voor de zomertijd als standaardtijd moeten in maart 2021 voor het laatst de klokken een uur vooruit. Bij een permanente wintertijd moeten de klokken in oktober 2021 een uur terug.

Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik (CDA) is 'bijzonder gelukkig' met het besluit. 'Dit is winst voor de gezondheid van de inwoners van de EU. Wetenschappers hebben aangetoond dat ons bioritme van slag raakt van het klok verzetten. Het is ooit ingevoerd om energie te besparen maar dat resultaat is niet aangetoond.'

Gerben-Jan Gerbrandy (D66) ziet dat anders: 'En nu maar hopen dat de lidstaten deze gordiaanse knoop niet loskrijgen en dat alles bij het oude blijft', twittert hij.

De meeste EU-landen hebben meer tijd nodig

De Europese Commissie had in september voorgesteld al dit jaar te stoppen met de verplichte zomer- en wintertijdregeling. Maar de lidstaten hebben de kwestie vooruitgeschoven. De meeste EU-landen, ook Nederland, hebben meer tijd nodig om de bevolking, het bedrijfsleven en belanghebbenden te raadplegen.

Lees ook: 'Afschaffen van zomertijdsysteem goed voor gezondheid'

Uit een recente peiling blijkt dat 24 procent van de Nederlanders het liever bij het oude laat, terwijl 41 procent voor wintertijd en 27 procent voor zomertijd kiest. Het kabinet en veel belangenorganisaties vinden het vooral belangrijk dat Nederland in de pas blijft lopen met de buurlanden.

Bron: ANP