Met embryoselectie kan veilig en met zekerheid worden voorkomen dat kinderen de erfelijke aanleg voor borstkanker overnemen van hun ouders. Dat concludeert Inge Derks-Smeets van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) in haar promotieonderzoek.

Met embryoselectie kunnen artsen zorgen dat moeders niet zwanger raken van kinderen met ernstige genetische afwijkingen. De eicellen van de vrouw worden buiten de baarmoeder bevrucht en daarna onderzocht. Artsen plaatsen vervolgens de vrucht zonder genetische afwijking via ivf-behandeling in de baarmoeder. Erfelijke borstkanker is een van de meest voorkomende redenen om voor embryoselectie te kiezen.

'Toedienen hormonen zorgt niet voor grotere kans op borstkanker'

Derk-Smeets zegt dat het onderzoek aantoont dat de techniek van embryoselectie veilig is. De erfelijk belaste vrouwen die ivf ondergaan, lopen geen groter risico op borstkanker, ondanks de extra toediening van hormonen. Ook blijft de eicelvoorraad van de vrouwen gelijk. De kans op het krijgen van een gezond kind is net zo groot als bij iedere andere vorm van embryoselectie.

Meer informatie bekend

Volgens Derks-Smeets is de keuze voor embryoselectie voor veel stellen nog een dilemma. Volgens de onderzoeker kunnen ouders door de onderzoeksresultaten beter worden geïnformeerd. 'Vaak wordt bijvoorbeeld nog gedacht dat hun kans om zelf borstkanker te krijgen groter wordt door voor embryoselectie te kiezen. Die angst kunnen we wegnemen.'

BRCA

Erfelijke borstkanker wordt veroorzaakt door een genetische fout in het BRCA-1 of BRCA-2 gen. De vrouwen met deze genetische fout hebben een zestig tot tachtig procent grotere kans om borstkanker te ontwikkelen. De kans op eierstokkanker is tien tot 45 procent hoger dan bij iemand zonder de afwijking. Mannen met de genfout hebben een grotere kans op borst- en prostaatkanker. De kans dat een drager het afwijkend gen aan zijn kind doorgeeft is vijftig procent.

Bron MUMC