Al in november 2016 zijn sporen van het giftige fipronil aangetroffen in Nederlandse eieren. Dat zei de Belgische minister Denis Ducarme (Landbouw) woensdag tijdens een spoedbijeenkomst over de eiercrisis in de Kamercommissie voor Landbouw in Brussel.

Volgens Ducarme heeft Nederland bovendien bij de huidige eiercrisis te lang gewacht met informatie delen. België ligt zelf onder vuur omdat het mogelijk niet tijdig bij de Europese Commissie aan de bel heeft getrokken.

De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) hoorde pas op 22 juli voor het eerst van de kwestie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), laat een woordvoerster weten. Het ministerie van Economische Zaken wil niet op de zaak ingaan, en verwijst naar het ministerie van Volksgezondheid en de NVWA. 'Deze vragen liggen op het terrein van voedselveiligheid', zei staatssecretaris Martijn van Dam woensdagmiddag. 'Dat valt onder de verantwoordelijkheid van minister Schippers en de NVWA zelf.'

Het ministerie van Volksgezondheid wil eerst meer informatie van de NVWA alvorens een reactie te geven. Bij de NVWA was woensdag niemand bereikbaar voor inhoudelijk commentaar.

'Maand verloren om te kunnen testen'

'We hebben dus een maand verloren om te kunnen testen', zei Ducarme. 'En dat is een probleem. Wanneer een land als Nederland, een van de grootste exporteurs van eieren, deze informatie niet overmaakt, dan is dat een groot probleem.' Lidstaten zijn verplicht onmiddellijk het Europese waarschuwingssysteem RRASF in te schakelen als ze weet hebben van besmettingen in voedingswaren die de volksgezondheid mogelijk bedreigen.

Gerechtelijke onderzoeken

Zowel in Nederland als België lopen gerechtelijke onderzoeken naar de bedrijven die bij het gifschandaal betrokken zouden zijn. Naast ChickFriend is dat het Vlaamse Poultry-Vision dat de gifstof geleverd zou hebben.

Het FAVV heeft inmiddels de lotnummers van de besmette Belgische eieren bekendgemaakt. Er is ook een hulplijn in het leven geroepen waar bezorgde consumenten terechtkunnen.

Bron: ANP