De helft van alle verpleegkundigen en verzorgenden ervaart een tekort aan beschermende middelen. Vooral mondneusmaskers zijn schaars. Dit blijkt uit een peiling onder leden van de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). Daaraan hebben bijna elfduizend verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten meegedaan.

Ongeveer tachtig procent maakt zich zorgen over besmetting, ofwel van zichzelf ofwel van patiënten en eigen naasten. Bijna drie op de tien respondenten hebben corona-gerelateerde klachten gehad; de helft van hen is daarmee toch gaan werken.

De druk is hoog

Een derde ervaart druk om zonder bescherming zorg te leveren. In wijk- en verpleeghuis is dat bijna de helft. 'Druk om onbeschermd zorg te leveren is onacceptabel', stelt V&VN-voorzitter Gerton Heyne. 'Een goede werkgever zorgt goed voor zijn mensen en volgt onze lijn.' Druk vanuit het management of van de leidinggevende speelt een rol bij een op de vijf collega's. In de wijkverpleging ervaart bijna een kwart van het personeel druk van de leidinggevende om onbeschermd zorg te verlenen.

Wat is de praktijk?

Minder dan een kwart vindt dat RIVM-richtlijnen passen bij de praktijk en 38 procent vindt dat ze onvoldoende bescherming bieden. Zeven op de tien voelen een zwaardere psychische belasting dan normaal. Heyne: 'Het is schrijnend dat na twee maanden zo veel verpleegkundigen en verzorgenden nog steeds hun werk niet veilig kunnen doen.' In ziekenhuizen is het tekort aan beschermingsmateriaal het kleinst. In verpleeghuizen, de wijkverpleging en de ggz het grootst. Met stip op één als het gaat om de tekorten: voldoende adequate mondneusmaskers.

Bron: ANP