Baby’s die in een stuitligging in de buik liggen - met de billen in plaats van het hoofd naar beneden – moeten met behulp van medicatie vaker worden gedraaid. Dit zou jaarlijks honderden keizersneden kunnen voorkomen, vertelt promoverend gynaecoloog Joost Velzel aan de Volkskrant.

Een gynaecoloog of verloskundige zou met behulp van medicatie van buitenaf met de handen een ongeboren baby van 36 weken oud kunnen omdraaien. De moeder krijgt door middel van een injectie een spierverslapper toegediend, waarna de baby stukje bij beetje kan worden gedraaid. In het proefschrift waarop gynaecoloog Velzel promoveert staat dat jaarlijks tot wel zeshonderd keizersneden voorkomen kunnen worden. 

Infecties, trombose of een baarmoederverwijdering 

Het gevolg van een stuitligging is zonder de methode een keizersnede. Deze ingreep kan ernstige complicaties - bloedverlies, infecties of een trombose - veroorzaken. In een extreem geval moet volgens Velzel zelfs de baarmoeder verwijderd worden. Deze complicaties komen vrijwel nooit voor bij een vaginale bevalling waarbij het hoofd naar beneden ligt. De gynaecoloog geeft aan dat bij het omdraaien zelden complicaties ontstaan. 

'Je wil niet hoeven kiezen tussen twee kwaden'

Gynaecoloog Leonie van Rheenen van het Amsterdamse OLVG laat tegenover de Volkskrant weten het eens te zijn met het onderzoek van Velzel. Volgens haar is zowel een bevalling in stuitligging als een keizersnede een risico voor de moeder. 'Eigenlijk wil je niet hoeven kiezen tussen twee kwaden, die situatie moet je proberen te voorkomen.' Ze vindt het begrijpelijk dat Velzel voor deze methode pleit. 

In ongeveer 4 procent van de zwangerschappen komt een stuitligging voor, dit gaat in Nederland om jaarlijks zesduizend gevallen. 

Bron: de Volkskrant