Het aantal Nederlanders dat af en toe een snuif cocaïne neemt, is in de afgelopen jaren licht toegenomen. Volgens het Trimbos Instituut heeft in 2017 naar schatting bijna 2 procent van de Nederlanders van 18 jaar en ouder (ongeveer 250.000 mensen) recent coke gebruikt.

Meer gebruikers cocaïne

Het percentage dat ooit cocaïne had gebruikt steeg, van 4,3 procent in 2015, naar 5,2 procent in 2017. Onder middelbare scholieren daalde tussen 2003 en 2015 het percentage dat coke had gebruikt van 1,5 naar 0,9 procent. De drug is volgens het Trimbos vooral populair onder clubgangers en andere uitgaande jongeren.

Het aantal sterfgevallen door cocaïne verdubbelde, van 24 in 2013 en 2014, naar 55 gevallen in 2017.

Nederwiet is sterker geworden

Het Trimbos stelt ook vast dat de meest verkochte nederwiet in de afgelopen jaren opnieuw sterker is geworden. De hoeveelheid thc, de werkzame stof in cannabis, steeg van gemiddeld 13,5 procent in 2013 naar gemiddeld 16,8 procent in 2018.

Zo'n 960.000 volwassenen blowen weleens. Dat was in voorgaande jaren niet anders.

Gebruik is het hoogst onder hoogopgeleiden, jongvolwassenen tussen 20-24 jaar en in stedelijke gebieden

Populaire xtc-pillen hoog gedoseerd

Ecstasy blijft de populairste uitgaansdrug onder jongvolwassenen. Nederland is hiermee koploper in Europa. 'Gebruik is het hoogst onder hoogopgeleiden, jongvolwassenen tussen 20-24 jaar en in stedelijke gebieden. In het uitgaansleven is ecstasy nog steeds de belangrijkste drug', aldus het instituut. Ook xtc-pillen zijn in de afgelopen jaren sterker geworden. Negen op de tien pillen is volgens de onderzoekers 'hoog gedoseerd'.

Alcohol en tabak veroorzaken volgens het Trimbos nog altijd de meeste sterfgevallen, als het gaat om middelengebruik.

Blokhuis: 'Die normalisering wil ik tegengaan'

Staatssecretaris van Volksgezondheid Paul Blokhuis is bezorgd over het xtc-gebruik in Nederland. 'Mensen vinden het kennelijk normaal om dit te gebruiken tijdens het uitgaan. Die normalisering wil ik tegengaan, met name door in te zetten op voorlichting en preventie.'

Bron: ANP