Mensen weten vaak niet wat ze moeten doen als ze in aanraking komen met de eikenprocessierups of met een berenklauw. Ook bij de beet van een teek of een insect weten ze niet hoe ze moeten handelen. Dat blijkt uit onderzoek van het Rode Kruis.

De eikenprocessierups zorgt dit jaar al vroeg voor veel overlast door het warme weer. Na aanraking krijgen mensen enorme jeuk en huidirritatie. Acht van de tien Nederlanders heeft volgens het onderzoek echter geen idee wat ze dan moeten doen. Dat geldt ook voor als ze in contact zijn gekomen met een berenklauw. Deze plant ook kan behoorlijke huidirritatie en ook brandblaren veroorzaken.

Contact met een berenklauw: wat moet je doen?

Contact met een berenklauw kan zorgen voor jeukende, rode vlekken of blaasjes. Ook kunnen er grote blaren ontstaan, die lijkt op ernstige brandwonden. Deze blaren genezen pas na 1 tot 2 weken. Het Rode Kruis raadt aan om, na aanraking met een berenklauw, direct de huid te wassen met lauw water en zeep. Heb je geen zeep in de buurt, spoel dan in ieder geval met water. Verder is het belangrijk om de plek direct uit de zon te houden. Hierdoor wordt de kans op blaren minder. Met ernstige klachten is het verstandig om naar de huisarts te gaan.

Aangeraakt door eikenprocessierups: wat moet je doen?

Ga na aanraking met de eikenprocessierups niet wrijven of krabben op de plek, maar spoel de huid of ogen goed met water. Het liefst met water dat je bij je hebt, maar anders is eventueel (schoon) slootwater ook een optie. Spoel daarna wel zo snel mogelijk alsnog met schoon water. Bij hevige jeuk kan een zachte zalf, bijvoorbeeld op basis van menthol, verlichting geven. 

Heb je toevallig een rol plakband bij de hand, gebruik deze dan op de jeukende plek. Plakken en eraf halen. Gebruik de plakband maar één keer.

Insectenbeten

Mensen denken wel vaak te weten wat te doen bij een insectenbeet. Maar bij de enquête gaven ze echter het verkeerde antwoord. Slechts 6 procent weet hoe te handelen bij een insectenbeet. Het Rode Kruis heeft een EHBO-app waarin staat wat te doen.

Bron: ANP / Rode Kruis