Per 1 januari heeft het nationale diploma niet alleen een ander uiterlijk, ook wordt de Nationale Norm Zwemveiligheid van kracht. De eisen voor de diploma's worden wat strenger en de lesprogramma's gaan meer aandacht geven aan jezelf kunnen redden en minder aan 'mooi' zwemmen, liet het Nationaal Platform Zwembaden NRZ vorige week weten.

Mr. Pieter van Vollenhoven reikt donderdagochtend in Nieuwegein het 15 miljoenste Nationale Zwemdiploma uit. Daarna ontvangt hij het eerste exemplaar van het vernieuwde zwemdiploma.

Kinderen zwemmen steeds jonger

Van de elf- tot zestienjarigen heeft 97 procent minimaal het A-diploma. In deze leeftijdsgroep heeft 3 procent geen zwemdiploma, melden het Mulier Instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een rapport. Daaruit blijkt verder dat kinderen op steeds jongere leeftijd hun zwemdiploma halen: vorig jaar had 68 procent van de zes- en zevenjarigen ten minste het A-diploma, in 2012 was dat nog maar 47 procent.

Behalen van zwemdiploma afhankelijk van ouders

Kinderen van ouders met een niet-westerse migratieachtergrond of met een laag inkomen halen minder vaak een zwemdiploma dan kinderen van ouders met een Nederlandse achtergrond of met een hoog inkomen.

Verschillende zwemdiploma's

Het Nationale Zwemdiploma bestaat sinds 1984. Daarvoor waren er in Nederland verschillende diploma's. Zo kende de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) de zwemvaardigheidsdiploma’s A, B en C en hadden schipperskinderen hun eigen diploma's.

Basiszwemdiploma

In 1984 kwam er een einde aan de versplintering en werd het Nationale Zwemdiploma geïntroduceerd. Prins Bernhard reikte in dat jaar het eerste exemplaar uit van dit Basiszwemdiploma. In 1998 werd dat omgevormd naar een systeem met een A-, een B- en een C-diploma, het Zwem-ABC.

Bron: ANP