Volgens onderzoek van Amerikaanse oncologen zijn de kosten om een nieuw medicijn op de markt te brengen veel lager dan farmaceuten beweren. Gemiddeld staat de investering in onderzoek en ontwikkeling in schril contrast met de opbrengst. Dit meldt De Volkskrant.

'De kosten om een nieuw medicijn op de markt te brengen zijn veel lager dan de farmaceutische bedrijven zelf beweren. De industrie is gemiddeld 540 miljoen euro kwijt aan onderzoek en ontwikkeling, terwijl de opbrengsten in een paar jaar tijd soms het tienvoudige bedragen, een marge die in geen enkele andere sector van de economie wordt behaald. Dit melden de onderzoekers.

Hoge prijzen

De twee oncologen publiceerden hun analyse van de kosten en opbrengsten van tien nieuwe geneesmiddelen voor kanker in het vakblad JAMA Internal Medicine. De hoge prijzen van voornamelijk kankermedicijnen bedragen honderdduizenden euro’s per jaar. Daardoor dreigen zorgkosten onbetaalbaar te worden. Farmaceuten geven de hoge onderzoeks- en ontwikkelingskosten als reden voor het hoge prijskaartje. Zo stelt een onderzoeksbureau, gefinancierd door de industrie, dat de gemiddelde ontwikkelingskosten voor een medicijn op 2,3 miljard liggen. Deze gegevens zijn niet te controleren omdat de farmaceutische bedrijven hun cijfers niet openbaar maken.

Realiteit

De analyse van de Amerikaanse onderzoekers komt op een veel lager bedrag uit. Zij bekeken kosten en uitgaven van tien kleine farmaceuten die tussen 2007 en 2017 een kankermedicijn lanceerden. Daarmee konden ze de kosten aan dat ene middel toeschrijven. Het kostte gemiddeld 540 miljoen euro en ruim zeven jaar om een middel op de Amerikaanse markt te brengen. Vier jaar het na het uitbrengen van de tien geneesmiddelen bedroegen de totale opbrengsten 56 miljard.

Bedenkingen

Volgens Carin Uyl-de Groot, hoogleraar evaluatie van zorg aan de Erasmus Universiteit gaat het om een realistische studie. Tegenover De Volkskrant, verklaart ze dat het ontwikkelen van een medicijn economisch risicovol is. Ze is dan ook van mening dat de ontwikkelingskosten van medicijnen die de markt niet halen ook moeten worden meegerekend, maar alle faalkosten meenemen gaat de hoogleraar te ver. ‘Dan ga je fouten belonen. Bedrijven moeten gericht onderzoek doen, niet van alles proberen omdat het toch wel wordt betaald.'

Farmaceutisch geneeskundige Henk Jan Out, voormalig hoogleraar aan het RadboudUMC, is het niet met Uyl-de Groot eens. Hij wijst op de grote variatie in kosten. 'Een gemiddelde trekt het beeld nogal scheef', stelt hij. Zo zijn er ook medicijnen die hun ontwikkelingskosten nauwelijks overstijgen. Daarbij is er volgens hem een verschil tussen kleine start-ups en grote farmaceuten. 'Bedrijven die maar één middel op de markt brengen, lijken efficiënter te werken. Grote bedrijven hebben een grotere infrastructuur nodig. Bovendien zijn er ook nog flinke kostenposten nadat een middel op de markt is gekomen, voor het registratieproces in andere landen bijvoorbeeld en de rapportages van de bijwerkingen. Die zijn hier niet meegerekend.'

Bron: De Volkskrant