Hoe kom je erachter wat je bloedgroep is? Wanneer is het belangrijk om iemands bloedgroep te bepalen? En: wist je dat je, als je bloed doneert, meer dan een patiënt kan helpen? Dokters van Morgen spreekt met Peter Ligthart onderzoeker bij Sanquin Bloedvoorziening.

Let op: dit is deel 2 uit een reeks over bloedgroepen en bloed doneren. Lees ook de andere delen:

Hoe kom je erachter wat je bloedgroep is?

Volgens Ligthart is het niet noodzakelijk om je bloedgroep te weten. 'Als het nodig is, wordt dat wel bepaald in het ziekenhuis, dan kunnen artsen er binnen een kwartier achter komen'. Als je bloeddonor wordt, wordt je bloedgroep ook bepaald, hoewel dat volgens Ligthart niet de enige reden moet zijn om donor te worden.

Wanneer is het belangrijk om iemands bloedgroep te bepalen?

Ligthart: 'Geef je per ongeluk een zak bloed van bloedgroep A aan iemand met bloedgroep O, dan wordt het donorbloed meteen afgestoten. Je bent dan terug bij af, je hebt nog steeds te weinig bloed. En daarbij: de rode bloedcellen van de donor gaan kapot in de bloedbaan, en bij dat proces komt hemoglobine vrij. Hemoglobine is schadelijk voor de nieren en daar kun je dan ook heftig op reageren en in sommige gevallen zelfs blijvende (nier)schade aan overhouden'.

In de meeste gevallen is het vooral van belang te bepalen of iemand bloedgroep A, B, AB of O is, en of iemand Rhesus D positief of Rhesus D negatief is. (Lees meer over bloedgroepsystemen in het eerste deel van deze reeks). Soms is het ook belangrijk te kijken naar andere kenmerken van het bloed. Lighart: 'Dat is vaak het geval bij mensen die door ziekten levenslang bloedtransfusies nodig hebben. We proberen dan zo passend mogelijk bloed te geven'.

Welke mensen hebben bloedtransfusies nodig?

Ligthart legt uit dat je met een bloeddonatie meerdere mensen kunt helpen. Dat komt omdat het donorbloed gesplitst wordt in drie bestanddelen: rode bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma.
Rode bloedcellen worden gebruikt voor mensen die door een trauma, bijvoorbeeld door een ongeluk, in een keer veel bloed zijn verloren, of mensen die een bloeding hebben na een operatie. Rode bloedcellen worden ook gebruikt als mensen minder bloed aanmaken of het sneller afbreken.

Bloedplaatjes worden vooral gebruikt voor mensen die een behandeling ondergaan en daardoor snel een tekort krijgen aan bloedplaatjes. Dat is bijvoorbeeld het geval bij kankergerelateerde therapieën, zoals chemokuren.

Tot slot wordt bloedplasma deels voor transfusies gebruikt, maar ook om 'bloedproducten' van te maken, zoals middelen die helpen bij het stollen van bloed bij patiënten die daar problemen mee hebben. Uit bloedplasma kunnen ook antistoffen worden gehaald, die voor verschillende patientengroepn nuttig zijn.